Tieck, Ludwig

Nationaliteit: Duits. Geboren: Berlijn, 31 Mei 1773. Opleiding: progressief gymnasium, Berlijn, afgestudeerd in 1792; studeerde theologie aan de Pruisische Universiteit van Halle, 1792; Universiteit van Göttingen, Hannover, 1792-94. Gezin: gehuwd met Amalie Alberti in 1798 (overleden 1837); twee dochters. Carrière: schrijver van jongs af aan met veelbelovende werken gecomponeerd tijdens zijn gymnasium dagen; werkte in de uitgeverij voor Christoph Friedrich Nicolai, Berlijn, 1794-98; geassocieerd met een groep intellectuelen en schrijvers genaamd de Jena Romantics, waaronder Friedrich Schlegel, August Wilhelm Schlegel, en Friedrich Schelling, 1798-1800; pendelde tussen Hamburg, Berlijn, en Dresdon, op zoek naar verschillende banen, 1800-02; uitgebreide reizen naar Praag en Engeland, 1811-17; literair historicus en redacteur, Dresden Theater; toneelregisseur, Pruisisch Theater, Berlijn. Overleden: 28 April 1853.

publicaties

korte verhalen

Die sieben Weiber des Blaubart: Eine wahre Familiengeschichte. 1797.

Novellas

The Mysterious: Novella. 1823.

De Verloving: Novella. 1823.

Musical Sorrows and Friends: Novella. 1824.

The Travellers: Novella. 1824.

the Riot in the Cevennes: een novelle in vier secties. 1826; as the Rebellion in the Cevennes: An Historical Novel, 1845.

verzamelde novellen. 1828.

Der Alte vom Berge, en: die Gesellschaft auf dem Land: Zwei Novellen. 1828; als de Oude man van de berg, 1831.

de schilderijen: Novella. 1829; as the Pictures in Foreign Tales and Traditions, 1829.

epiloog ter nagedachtenis aan Goethe: naar de afbeelding van Iphigenia in Dresden de 29. 1832.

Novellenkranz. 1831-35.

the Young Master Carpenter: a novel in seven sections. 1836.

Romans

feiten en subtiliteiten van vermaarde macht en genie. 1790-91.

Abdallah: Een Verhaal. 1793.

een visie zonder avonturisme. 1795-96.

History of Mr. William Lovell. 1795-96.

de frauduleuze factuur, of: Je hoeft niet te geloven wat je ziet. 1796.

Knight Bluebeard: a Nurse ‘ s Ear. 1797.

ontboezemingen van het hart van een kunstminnende kloosterbroeder. 1797.

The Farewell: A dream game in two elevators. 1798.

Alla-Moddin. 1798.

een schurk over een ander, of de zweep van de Vos: een Luitspel in drie bedrijven. 1798.Franz Sternbald ‘ s Wanderings: An Old German History. 1798.

fantasieën over kunst, voor vrienden van de kunst. 1799.

alle geschriften. 1799.

romantische gedichten. 1799.

the Monster and The Enchanted Forest: A musical tale in four acts. 1800.Keizer Octavianus: een komedie in twee delen. 1804.Phantasus: a collection of fairy tales, short stories, schoolplays and novellas. 1812-16.

alle werken. 1817-24.

the book on Shakespeare: Handwritten Record. 1920.Pietro von Abano of Petrus Apone: Magic Story. 1825.

geschriften. 1828.

alle werken. 1837.

Vittoria Accorombona. 1845.

gedichten: Heruitgave. 1841.

Kritische Geschriften. 1852.

Bibliotheca Tieckiana. 1849.Nawoord bij het eeuwfeest van Goethe ‘ s geboorte. 1849.

Dramaturgische Blätter. 1852.

De Zomernacht: Een Jeugdgedicht. 1854; als de midzomernacht, 1854.

Nachgelassene Schriften: Auswahl und Nachlese. 1855.

werken: kritisch bekeken en toegelicht. 1892.

speelt

the Puss in Boots: A Children ‘ s Fairy Tale in drie bedrijven, met interludes, een proloog en epiloog. 1797; als “Gelaarsde Kat” in de Duitse klassiekers van de negentiende en twintigste eeuw, 1913.Het leven en de dood van de Heilige Genoveva: een tragedie. 1820.

Overige

redacteur, met Johann Karl August Musaeus en Johann Georg Miller, Straußfedern. 1795.

Editor and translator, Der Sturm: Ein Schauspiel, edited for the theater, by William Shakespeare. 1796.

Editor, folktales. 1797.

Editor, Poetic Journal. 1800.

Editor, with August Wilhelm Schlegel, Musen-Almanach für das Jahr 1802. 1802.

Editor, with Friedrich Schlegel Novails Schriften, by Friedrich von Hardenberg. 1802.

Editor, Minnelieder uit het Zwabische Tijdperk. 1803.

Editor, with F. Batt and Le Pique, Mahler Müller ‘ S Works, by F. Müller. 1811.

Editor and translator, Old English Theatre: Or Supplement to Shakespeare. 1811.

redactie, Frauendienst or: Geschichte und Liebe De Knight and singer Ulrich von Lichtenstein, by himself beschreiben. 1812.

Editor, Deutches Theater. 1871.

redacteur, nagelaten geschriften van Heinrich von Kleist. 1821.

Editor, Shakespeare ‘ s Preschool. 1823.

Editor, William Shakespeare: Dramatic Works translated by A. W. Schlegel. 1825.

Editor, Collected writings by Kleist. 1826.

Editor, with F. von Raumer, Nachgelassene Schriften und Briefwechsel by K. W. F. Solger. 1826.Editor, Life and mountain events of the Escudero Marcus Obregon: or Autobiography of the Spanish poet Vicente Espinel. 1827.

Editor, Collected writings. 1828.

Editor, Die Insel Felsenburg oder wunderliche Fata einer Seefahrer: Eine Geschichte aus dem Anfangen des achtekh Jahrhunderts by Johann Gottfried Schnabel. 1828.

Editor, Evermont: Novel by Sophie Bernhardi. 1836.

Editor, King Sebastian. 1839.

Editor, Collected novellas by F. Berthold. 1842.

redacteur, gedichten van K. Förster. 1843.

Editor, Goethes oudste liedboek van Johann Wolfgang von Goethe. 1844.

Editor, New Manuscripts: the Third Part by Hardenberg. 1846.Vertaler, leven en daden van de scherpzinnige edele Don Quichot van La Mancha door Miguel de Cervantes. 1799.

vertaler, Vier toneelstukken van Shakespeare. 1836.

*

Kritische Studies:

Ludwig Tieck. Herinneringen uit het leven van de dichter na zijn mondelinge en schriftelijke mededelingen van Rudolf Köpke, 1855; “Tieck’ s Novellenbegriff “van Paul Johann Arnold in Euphorian, 1921; een nota over Tieck’ s vroege romantiek van Edwin Hermann Zeydel, 1926; “Ludwig Tieck’ s Künstlerdichtungen ” van Pauline Bruny, 1934; Ludwig Tieck en de middeleeuwse kerk van zuster Maria Magdalita Scheiber, 1939; de esthetische bedoeling van Tiecks fantastische komedie van Immerwahr, 1953; Ludwig Tieck. From Gothic to Romantic by Trainer, 1961; “Tieck’ S Romantic Fairy Tales and Shakespeare “van Hubbs, in Studies in Romanticism, zomer 1969; The Motif of Fate in The Works of Ludwig Tieck van Alan Corkhill, 1978; the Boundless Present: Space and Time in the Literary Fairy Tales Of Novalis and Teick van Gordon Birrell, 1979; Reality’ s Dark Dream van William J. Lillyman, 1979; “De Relevantie van de Incest Motief in Der blonde Eckbert’ door Kurt J. Fickert in de Germaanse Opmerkingen, 1982, pp. 33-35; “De Scherpzinnige Niet-Kunstenaar: een Studie van Tieck’ s Der Runenberg ” door Victor Ridder in de Nieuwe duitse Studies, Voorjaar 1982, pp. 21-31; “Zelf-Reflexieve Broers en zussen: Incest als Narcisme in Tieck, Wagner, en Thomas Mann” door Gail Finney in het duits Kwartaal, 1983, pp. 243-56; Ludwig Tieck: Een Literaire Biografie van Roger Paulin, 1985; De Intercontexuality van het Zelf en de Natuur in Ludwig Tieck ‘ s Vroege Werk van Heather I. Sullivan, 1997.Onder Ludwig Tieck ’s belangrijkste bijdragen aan de Duitse romantiek zijn twee suggestieve korte verhalen, “Blond Eckbert” (Der Blonder Eckbert) en” The Runenberg ” (Der Rünenberg). “Blonde Eckbert” begint heel rustig en presenteert een blonde 40-jarige ridder, die een gepensioneerd leven leidt in zijn kasteel in de Harz. Hoewel er maar zelden gasten komen, verwelkomt Eckbert regelmatig Philipp Walther, een Frankische, en op een dag, die een zekere affiniteit van geest voelt, kan hij de verleiding niet weerstaan om zijn vrouw, Bertha, over te halen om haar gast het verhaal van haar jeugd te vertellen. Het is een vreemd verhaal. De dochter van verarmde ouders, Bertha vluchtte van huis en rende diep het donkere woud in. Eindelijk kwam ze op een afgeleefde oude vrouw gekleed in het zwart die nam haar in haar hut en vertelde haar dat ze moet verdienen haar houden door het doen van klusjes. Eenzaam, maar nadat hij gezelschap had gevonden in een hond wiens naam haar ontgaat, vestigde Bertha zich vier jaar lang. Zoals ze treurig opmerkt, krijgen mensen hun verstand alleen maar om hun onschuld te verliezen: op 14-jarige leeftijd gaat Bertha weer op reis en ondanks het feit dat haar nadrukkelijk werd verteld dat alleen moraliteit tot geluk leidt, neemt ze veel van de kostbare juwelen mee die de oude vrouw op mysterieuze wijze naar de hut had gebracht. Bertha liep vervolgens onrustig verder tot ze Eckbert ontmoette, met wie ze trouwde.Eckbert verliest geen tijd om zijn vrouw te prijzen, maar als Walther antwoordt, laat hij de naam van de hond vallen. Duidelijk Walther Weet meer over het verhaal dan ooit waarschijnlijk leek. Bertha en haar man worden achterdochtig en wanneer Eckbert Walther met zijn kruisboog neerschiet, voelt hij zich opgelucht tot hij ontdekt dat zijn vrouw ook is overleden. Na een ontmoeting met een oude ridder die hem doet denken aan Walther, Eckbert rijdt uit in het wilde bos. Daar ontmoet hij de heks die Bertha al die jaren geleden had ingenomen, en ze vertelt hem vreselijke waarheden. Walther en de oude ridder waren niets anders dan transmogrificaties van zichzelf. Wat Bertha betreft, met wie hij getrouwd was, zij was zijn zuster. De verlaten onwettige dochter van een koning, Bertha, was opgevoed door herders, en als zij slechts haar jaren van berechting deugdzaam had uitgezeten, zou het kwaad zijn gezuiverd. Vage herinneringen aan het begin van al deze beroering in Eckbert. Ze alleen maar toe te voegen aan zijn angst: verdreven uit zijn verstand, hij valt op de grond en sterft.In tegenstelling tot het huiselijke met het griezelige en ordelijke huiselijke leven met de wildernis, waar vreemde en machtige krachten de precaire heerschappij van de mensheid over de natuur bedreigen, gebruikt “Blond Eckbert” de onlangs herontdekte literaire bronnen van het Duitse sprookje om diep verontrustende thema ‘ s te ontwikkelen door middel van een verleidelijke mix van droom en nachtmerrie met rationeel bewustzijn. De rede wordt getoond als zwak en onzeker wanneer bedreigd door de oerkrachten van de natuur. Reizen door bossen en bergen krijgt een symbolische betekenis als de vaak vergeefse zoektocht van de mensheid naar een ontsnapping aan hardnekkige dilemma ‘ s, en de mannelijke en vrouwelijke rollen nodigen niet alleen uit tot interpretatie over de aard van seksuele verschillen, maar ook over de twee kanten van de persoonlijkheid van een individu.

soortgelijke opmerkingen gelden voor” The Runenberg”, hoewel het feit dat de hoofdpersoon geen ridder is, maar een veel lager persoon en de nadruk op de effecten van armoede het voor de meeste mensen gemakkelijker maken om zich met dit verhaal te identificeren. De opname van verschillende gedichten in het verhaal draagt bij aan de romantische dimensie. De jonge christen—de naamkeuze kan nauwelijks onbeduidend zijn-wordt door onverklaarbare innerlijke ontevredenheid ertoe aangezet het dorp te verlaten waar zijn vader als tuinman werkt. Hij verlangt naar een bergachtig gebied. Realisme maakt plaats voor iets meer als een sprookje wanneer hij werkeloos aan een wortel trekt; als het uit de grond komt, hoort hij een mysterieus gekreun. Kort daarna ontmoet hij een vreemde, die als de duisternis valt, de jonge christen naar de ontoegankelijke en mysterieuze Runenberg leidt. Daar ziet hij een vrouw—lang, gezaghebbend, krachtig gebouwd—met een buitenwereldse aura; terwijl zij zich naakt onttrekt, wordt hij zich ervan bewust dat zijn hele persoonlijkheid getransformeerd is. Naderend als hij voor een raam staat, geeft de vrouw hem als aandenken een met juwelen beklede tablet. Wakker na de slaap komt Christian van de berg naar een idyllisch dorp, waar hij gecharmeerd is van het oogstfeest dat wordt gevierd met eenvoudige religieuze riten.

het duurt niet lang voordat hij met een lokaal meisje trouwt en zich vestigt op een bescheiden welvaart. Maar de gedachte om zijn ouders weer te zien en hen te vertellen dat hij nu ook geniet van het werken als tuinman verleidt hem om het dorp te verlaten. Hoewel hij diep verontrust is, is hij blij dat zijn vader hem komt ontmoeten, en het paar keert terug naar het dorp. Vijf jaar later belt een vreemdeling, blijft een tijdje, en laat bij vertrek een grote som geld achter, zeggende dat Christian het kan hebben als hij niet binnen een jaar terugkeert. Terwijl hij wacht verteert de hebzucht hem en raakt hij geobsedeerd door de rijkdommen die verborgen zijn in de bergen. Hij verlaat zijn familie en huis, waar armoede ontstaat. Veel later komt hij terug en onthult dat hij nog steeds in de ban is van de mooie vrouw in de Runenberg. Zijn vrouw kijkt op om alleen een oude Krone te zien, maar Christian stapt naar haar toe en wordt nooit meer gezien.Afgezien van de nadruk op armoede en de Betekenis van dromen, behoort de overbodigheid van het Leven (Des Lebens Überfluss), een ander werk van korte fictie van Tieck, tot een heel andere wereld dan de sprookjes die Tieck bijna 40 jaar daarvoor schreef. Gecategoriseerd als behorend tot de” novelle “traditie vanwege Tieck’ s focus op een enkele kwestie en zijn gebruik van de structurele apparaat van de flashback van een opvallende eerste gebeurtenis, het verhaal begint met rapporten van een stad vol wilde geruchten na een vreemde gebeurtenis in een huis in de buitenwijken. Dan is het verhaal, door een anonieme maar rustig geamuseerde derde persoon verhalenverteller, verdubbelt terug naar een jong paar leven in totale armoede in kamers op een bovenste verdieping. De man, een man van geest en stijl, weigert depressief te zijn, en zijn vrouw helpt hem spelenderwijs vrolijk te blijven. Geleidelijk aan leren we de Feiten: Hij heeft een post in een of andere ambassade, zij is een jonge dame van positie, en tot de woede van haar vader, ze zijn weggelopen. Inmiddels hebben ze alles wat ze bezitten verpand of verkocht, inclusief een zeldzame editie van Chaucer die de belezen jongeman koestert. Om warm te blijven tijdens een bijzonder koude winter, besluit hij om te beginnen met het hakken van de eiken trap voor brandhout. De huisbaas keert terug, ziet wat er met zijn eigendom is gedaan, en is verre van geamuseerd door de geestige insouciance van de jongeman. Dingen worden tegengehouden van het nemen van een lelijke wending alleen door een conventionele happy end met een verandering van hart door de vader van de jonge vrouw en de terugkeer van de editie van Chaucer. Hoewel lichtgewicht, Dit is een amusant verhaal, leven gegeven door het ondernemende karakter van zijn onstuitbaar en onverantwoordelijk optimistische held.

– Christopher Smith